Veelgestelde vragen

Passend onderwijs

Moet de school elk kind aannemen dat wordt aangemeld?

Nee. De school is niet verplicht om een aangemeld kind op de eigen school te plaatsen. De school kijkt eerst of zij een passend onderwijsaanbod voor het kind heeft. Als dat niet het geval is, gaat de school op zoek naar een andere school, die wél een passend onderwijsaanbod heeft voor het kind. We noemen dat zorgplicht. De formele verantwoordelijkheid voor het vinden van een andere school ligt overigens bij het schoolbestuur.

Als groep 1 al helemaal vol zit, geldt de zorgplicht trouwens niet. Dan is de school waar het kind wordt aangemeld dus niet verplicht om op zoek te gaan naar een andere school.

Hoe bepaalt de school of ze een kind kan plaatsen?

Als een kind wordt aangemeld, kijkt de school eerst of zij een passend onderwijsaanbod voor het kind heeft. Dat doet ze op basis van de wet Gelijke Behandeling en de wet Passend Onderwijs. Drie factoren spelen een rol bij de afweging:

  • de ondersteuningsbehoefte van het kind
  • de (on)mogelijkheid van de school om een kind met deze ondersteuningsbehoefte te begeleiden
  • de wensen van de ouders.

Als de plaatsing van het kind tot een onevenredige belasting van de school gaat leiden, hoeft de school het kind niet te plaatsen. De school is dan verplicht om een andere school te zoeken, die wél de noodzakelijke ondersteuning kan bieden aan het kind. We noemen dat zorgplicht.

Waarom is de Wet passend onderwijs ingevoerd?

Op 1 augustus 2014 treedt de Wet passend onderwijs in werking. De wet is gemaakt om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed onderwijs krijgen. Oók de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.

Door de Wet passend onderwijs kunnen zoveel mogelijk kinderen naar een reguliere basisschool.

Wat is zorgplicht?

De zorgplicht geldt vanaf 1 augustus 2014 (toen de Wet passend onderwijs in werking trad). Zorgplicht betekent dat het schoolbestuur ervoor moet zorgen dat elke leerling die wordt aangemeld een zo passend mogelijk onderwijsaanbod krijgt. Als de school waarbij het kind is aangemeld geen passend onderwijsaanbod kan doen, moet het schoolbestuur een andere onderwijsplek vinden die wél passend is. Liefst thuisnabij en binnen het samenwerkingsverband. Bij het zoeken van een geschikte plek voor een kind is het belangrijk dat er goed overleg is met de ouders. De zorgplicht voorkomt dat ouders eindeloos moeten zoeken naar een school die hun kind kan bieden wat het nodig heeft. De zorgplicht geldt voor:

  • Leerlingen die al op school zitten. Als de school het kind niet de (extra) ondersteuning kan bieden die het nodig heeft, is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het vinden van een andere school.
  • Nieuwe kinderen die worden aangemeld.

Wordt de expertise in het SO/SBO niet afgebroken?

Nee, de expertise die in het SO en SBO aanwezig is, wordt vanaf 1 augustus 2014 anders ingezet. De expertise wordt ondergebracht bij het schoolondersteuningsteam (SOT).

Alle scholen die bij samenwerkingsverband ZOUT zijn aangesloten, kunnen een beroep doen op het SOT en kunnen dus profiteren van de SO- en SBO-expertise die in dit team aanwezig is.

Investeert het samenwerkingsverband in de expertise en vaardigheden van leerkrachten?

Professionalisering van leerkrachten is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, van de school en van de leerkracht zelf. Dat neemt niet weg dat samenwerkingsverband ZOUT hierin ook een initiërende en faciliterende rol wil spelen. Zo organiseert het samenwerkingsverband in 2014/2015 vier studiedagen.

Het samenwerkingsverband investeert ook in de expertise van de medewerkers van het schoolondersteuningsteam (SOT). Deze schoolondersteuners dragen hun expertise over op scholen. Zij zorgen ervoor dat leerkrachten en scholen meer kennis krijgen en dat hun pedagogisch-didactische vaardigheden worden versterkt. Op termijn verbetert daardoor de kwaliteit van de basisondersteuning die scholen bieden.

Samenwerkingsverband

We verwachten een grote toeloop van kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. Is dat terecht?

Nee, dat is niet terecht. Het speciaal onderwijs (SO) en speciaal basisonderwijs (SBO) blijven namelijk gewoon bestaan. Deze scholen blijven ook na 1 augustus 2014 onderwijs geven aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben die reguliere basisscholen niet kunnen bieden.

Is een school verplicht om elk kind te plaatsen dat wordt aangemeld?

Als een kind bij een school wordt aangemeld, is de school verplicht om het kind in te schrijven.

Als het kind behoefte heeft aan (extra) ondersteuning die de school niet kan leveren, dan hoeft de school het kind niet te plaatsen. De school heeft echter wel een zorgplicht tegenover dit kind. Dat wil zeggen: de school is verplicht een andere school voor het kind te zoeken – een school die wél de ondersteuning kan bieden die het nodig heeft. Het zoeken van een andere school gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Welke scholen/schoolbesturen zijn aangesloten bij samenwerkingsverband ZOUT?

Bij samenwerkingverband ZOUT zijn 32 besturen aangesloten en 87 scholen.

Bekijk het overzicht van alle aangesloten schoolbesturen.

Bekijk het overzicht van alle scholen.

Op de homepage staat een Google-afbeelding, waarin alle scholen staan. De reguliere scholen, SO- en SBO-scholen zijn duidelijk herkenbaar. Met handige links naar:

  • adresgegevens school
  • website school
  • schoolgids
  • schoolondersteuningsprofiel.

Wat is het ondersteuningsplan van samenwerkingsverband ZOUT?

Het ondersteuningsplan is eigenlijk het kerndocument van samenwerkingsverband ZOUT. In dit plan beschrijven we hoe we in onze regio passend onderwijs gaan realiseren en met welke partners we dit doen. Het ondersteuningsplan kan dan ook worden beschouwd als een beleids-, plannings- en kwaliteitsdocument.

Naar verwachting wordt het ondersteuningsplan eenmaal per vier jaar aangepast. Het huidige ondersteuningsplan geldt voor de periode 2014-2018.

In aanvulling op het ondersteuningsplan maken we elk jaar een activiteitenplan. Hierin concretiseren we de doelstellingen en werken we de benodigde activiteiten verder uit.

Wat wordt er gedaan voor ‘thuiszitters’?

Landelijk is er op dit moment veel aandacht voor ‘thuiszitters’. Dit zijn leerplichtige kinderen die thuis zitten en geen onderwijs volgen. Bijvoorbeeld omdat de ouders er niet in zijn geslaagd om een school te vinden die de ondersteuning kan bieden die het kind nodig heeft.

Samenwerkingsverband ZOUT, alle aangesloten scholen en de vijf gemeenten in onze regio gaan dit probleem aanpakken. Naar verwachting zal er een meldingsplicht worden afgesproken om tijdig in beeld te hebben wie er thuis (dreigen) te zitten. Het thema zal een plaats krijgen op de afstemmingsagenda. Ons gezamenlijke doel: nul thuiszitters.

Hebben leerkrachten inspraak in samenwerkingsverband ZOUT?

Ja, leerkrachten zijn namelijk vertegenwoordigd in de Ondersteuningsplanraad (OPR). De OPR stemt in met het ‘Ondersteuningsplan passend onderwijs’. Dit ondersteuningsplan wordt geschreven door het samenwerkingsverband ZOUT. In het plan zijn het beleid en de activiteiten in de regio Zuidoost-Utrecht beschreven.

Wilt u meer weten over de Ondersteuningsplanraad? Lees meer over:

Wie controleert samenwerkingsverband ZOUT?

Binnen het samenwerkingsverband zijn directie en bestuur gescheiden functies. De directeur van samenwerkingsverband ZOUT is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. Het bestuur dat bestaat uit vier leden en een onafhankelijke voorzitter.

De Algemene Ledenvergadering (ALV) heeft een toezichthoudende rol. De ALV bestaat uit een vertegenwoordiging van alle 32 schoolbesturen.

Ook op landelijk niveau is er toezicht op het samenwerkingsverband. De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de kwaliteit van ons werk en kijkt of het geld rechtmatig en doelmatig is besteed. Hiervan maakt de Inspectie een verslag. Dit verslag is openbaar. Zodra de Inspectie de eerste keer een verslag heeft gemaakt, plaatsen wij dit op onze site. Het is ook te vinden op de website van de Inspectie.

Het samenwerkingsverband vindt het belangrijk om zich ook tegenover de maatschappij te verantwoorden. Hierin spelen het jaarverslag, de jaarrekening, de accountantsverklaring en de meerjarenbegroting een belangrijke rol. Dit zijn openbare stukken.

Ouders zijn een speciale groep, tegenover wie we ons verantwoorden. Dat gebeurt bijvoorbeeld via de Ondersteuningsplanraad (OPR).

Wanneer zijn er ib-netwerkdagen?

Op de jaarplanning staan de ib-netwerkbijeenkomsten. Nota bene: de data zijn onder voorbehoud.

Kan ik me abonneren op de nieuwsbrief van samenwerkingsverband ZOUT?

Ja, dat kan. Stuur een e-mail naar info@swvzout.nl  Vermeld hierin:

  • ‘aanmelding digitale nieuwsbrief’
  • uw e-mailadres
  • uw naam
  • uw functie
  • waar u werkt.

Ondersteuning door school

Wat is een schoolondersteuningsprofiel?

In een schoolondersteuningsprofiel (SOP) heeft het bestuur vastgelegd welke extra ondersteuning de school kan bieden aan leerlingen. Normaal gesproken geldt het profiel voor een periode van vier jaar.

Ouders en leerkrachten hebben adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel (via de medezeggenschapsraad).

Het is belangrijk dat ouders, leerlingen en andere geïnteresseerden het schoolondersteuningsprofiel (SOP) kunnen inzien. Scholen zijn wettelijk verplicht het SOP in de schoolgids te plaatsen. De SOP’s van alle aangesloten gesloten scholen staan ook op onze eigen website.

Waar vind ik de schoolondersteuningsprofielen van andere scholen in de regio?

De schoolondersteuningsprofielen van alle scholen in onze regio staan op onze website.

Wat wordt verstaan onder basiskwaliteit, basisondersteuning en extra ondersteuning?

Met basiskwaliteit bedoelen we de minimale kwaliteit waaraan alle scholen in Nederland moeten voldoen. De basiskwaliteit staat dus los van de Wet passend onderwijs. De Inspectie controleert of de basiskwaliteit van scholen in orde is. De rapporten van deze controles kunt u vinden op de website van de Inspectie.

In de Wet passend onderwijs is vastgelegd dat scholen een bepaalde basisondersteuning moeten leveren. Die basisondersteuning gaat over onderwijs, ondersteuning en begeleiding. Scholen bepalen zelf welke basisondersteuning ze bieden. Daarin kunnen scholen dus verschillen, er is niveauverschil. De ene school is bijvoorbeeld in staat om veel dyslecten te begeleiden en de ander focust op specifieke vormen van gedrag.

Let wel: álle scholen moeten voorzien in preventieve en licht curatieve interventies (zoals te lezen in protocollen dyscalculie en dyslexie, en onderwijsprogramma’s die zijn afgestemd op meer/minder intelligente leerlingen). Dat valt dus gewoon onder de basisondersteuning.

Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig, die het ‘normale’ overstijgt. Om hierin te voorzien kan de school altijd het advies en de ondersteuning van het schoolondersteuningsteam (SOT) inroepen.

Is een school verplicht om extra ondersteuning te bieden?

Ja, elke school is verplicht om binnen haar eigen mogelijkheden extra ondersteuning aan te bieden. Een school kan dus niet uitsluitend de basisondersteuning bieden. Uiteraard kan de ene school een stuk verder gaan in de extra ondersteuning dan de andere school. De mogelijkheden hebben bijvoorbeeld te maken met de deskundigheid binnen het team, de faciliteiten in het gebouw en de groepssamenstelling.

Wie betaalt de basisondersteuning en de extra ondersteuning?

Alle scholen krijgen van de overheid geld om de basiskwaliteit te realiseren.

De scholen die bij samenwerkingsverband ZOUT zijn aangesloten krijgen een vast bedrag per leerling. In het schooljaar 2014-2015 gaat het om 107 euro per leerling. De hoogte van dit bedrag wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering, waarin alle scholen vertegenwoordigd zijn. Van dit bedrag betaalt de school de basisondersteuning en in een aantal gevallen ook de extra ondersteuning.

Voor extra ondersteuning heeft het samenwerkingsverband extra geld. Als de school zich handelingsverlegen voelt ten aanzien van een leerling die extra ondersteuning nodig heeft, kan een beroep worden gedaan op het schoolondersteuningsteam (SOT). Samen met het SOT wordt in beeld gebracht wat er precies nodig is om dit kind te helpen. Die extra ondersteuning wordt betaald door het samenwerkingsverband .

Onze school kan niet voorzien in de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Wat nu?

Sommige leerlingen hebben extra ondersteuning nodig, die de school niet kan leveren. Van scholen wordt verwacht dat ze die extra ondersteuning tot op zekere hoogte kunnen bieden. Toch kan de school op enig moment tegen haar eigen beperkingen aanlopen. De school voelt zich dan handelingsverlegen. De school kan dan een beroep doen op het schoolondersteuningsteam (SOT). Het SOT is er dus speciaal voor de zwaardere cases.

Het SOT is een multidisciplinair ondersteunings- en adviesteam, waarin onder andere SO- en SBO-expertise aanwezig is.

Het SOT wordt betaald door het samenwerkingsverband. Als de school het SOT inschakelt, zijn daar dus geen kosten aan verbonden.

Onze school kan een kind niet langer de extra ondersteuning geven die het nodig heeft. Hoe regel ik een overplaatsing?

Het schoolondersteuningsteam (SOT) is altijd betrokken bij de extra ondersteuning die een kind krijgt. Als de extra ondersteuning niet het gewenste resultaat heeft, kan het beter zijn als het kind naar een andere onderwijsomgeving gaat. Soms is een overplaatsing naar een andere basisschool mogelijk, soms is het SBO of het SO de beste optie. Het SOT heeft bij het maken van deze keus een adviserende rol. Als er wordt gekozen voor het speciaal (basis)onderwijs, loopt dit altijd via het SOT. Het SOT kan een toelaatbaarheidsadvies (TLA) geven, waarna de directeur van het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring(TLV) kan afgeven. U kunt hier de werkprocedures van het SOT bekijken.

Wat heel belangrijk is: bij alle stappen die de school zet, moeten ouders betrokken worden. De school, de ouders en het SOT opereren dus echt als een drie-eenheid.

Wat gebeurt er met de huidige Rugzakken?

De landelijke Rugzak-regeling verdwijnt op 1 augustus 2014 (als de Wet passend onderwijs in werking treedt). Binnen samenwerkingsverband ZOUT is een overgangsregeling gemaakt. Alle leerlingen die nu een Rugzakje hebben, houden die tot 1 augustus 2015.

Vanaf mei 2014 kunnen er geen nieuwe Rugzakjes meer worden aangevraagd. Als er voor een kind extra ondersteuning nodig is die de school niet kan bieden, kan een beroep worden gedaan op het schoolondersteuningsteam (SOT).

Wat gebeurt er met ambulante begeleiding?

Tot augustus 2016 blijft de ambulante begeleiding gegarandeerd op basis van het aantal Rugzakken op 1 oktober 2013.

Om een idee te geven: op deze pijldatum waren er binnen samenwerkingsverband ZOUT 142 leerlingen met een Rugzakje.

Met de diensten ambulante begeleiding zijn afspraken gemaakt om de begeleiding voor de oude Rugzak-kinderen te continueren. School en ambulante begeleiders trekken in de komende twee jaar dus nog samen op.

De begeleiding door cluster 1- en 2-deskundigen gaat ook gewoon door, al is hier sprake van een andere betalingssystematiek.

Is er straks voldoende aandacht voor meer- en hoogbegaafde kinderen?

Alle scholen die bij samenwerkingsverband ZOUT zijn aangesloten krijgen voortaan jaarlijks een bedrag per leerling. In het schooljaar 2014-2015 gaat het om 107 euro.

Van dit bedrag betaalt de school onder andere de ondersteuning aan meer- en hoogbegaafde kinderen. Als de school in haar ondersteuning aan meer- en hoogbegaafde kinderen tegen haar eigen beperkingen aanloopt en handelingsverlegen raakt, kan ze een beroep doen op het schoolondersteuningsteam (SOT). Dat gebeurt altijd in samenspraak met de ouders.

Voor welke leerlingen moet de school een ontwikkelingsperspectief (OPP) opstellen?

Vanaf 1 augustus 2014 zijn scholen verplicht om voor sommige leerlingen een ontwikkelingsperspectief (OPP) op te stellen. Het gaat om:

  • leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
  • leerlingen van wie de verwachting is dat ze uitstromen naar praktijkonderwijs/lwoo (op basis van verwachte score Cito-eindtoets)
  • leerlingen van wie de verwachting is dat ze op één of meer vakgebieden maximaal het eindniveau van groep 7 halen.

 

Wat moet in een ontwikkelingsperspectief (OPP) staan?

In het OPP moet in ieder geval de verwachte uitstroombestemming staan. Deze uitstroombestemming moet zijn onderbouwd, met bijvoorbeeld belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijsproces.

Alle informatie die in het OPP moet staan, is al opgenomen in het groeidocument (conceptversie 24 juni 2014). De school hoeft dus niet nog een extra document te maken. Wel zo efficiënt dus.

 

Zijn scholen verplicht om ouders te betrekken bij het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (OPP)?

Ja, ouders worden daar altijd bij betrokken. De school evalueert het OPP eenmaal per jaar met de ouders. Op basis van die evaluatie kan het OPP worden bijgesteld.

 

Hoe ziet het groeidocument eruit?

Het digitale groeidocument (conceptversie 24 juni 2014) bestaat uit een aantal hoofdstukken, die de ouders en de school invullen.

Het groeidocument heeft verschillende functies, onder andere in kaart brengen van:

  • belemmerende en bevorderende factoren in leerling, onderwijs en opvoeding
  • doelen
  • behoeften van de leerling, school en ouders
  • de extra ondersteuning
  • de effecten van de extra ondersteuning (monitoren en evalueren).

Het groeidocument wordt afgesloten als alle doelen zijn behaald en de extra ondersteuning niet meer nodig is.

Bij doorstroming naar het voortgezet onderwijs dient het groeidocument als laagdrempelige, warme overdracht.

Schoolondersteuningsteam (SOT)

Wat is het schoolondersteuningsteam (SOT)?

Het schoolondersteuningsteam (SOT) is een vast orgaan binnen het samenwerkingsverband. Het SOT is een ondersteunings- en adviesteam, dat scholen helpt bij het bieden van extra ondersteuning aan kinderen die dat nodig hebben. Scholen betalen niets voor de ondersteuning vanuit het SOT.

De samenstelling van het SOT is multidisciplinair. In ieder geval is er SO-, SBO- en basisschoolexpertise in het SOT aanwezig is, maar bijvoorbeeld ook een jeugdarts en het schoolmaatschappelijk werk. Aan het SOT zijn ook orthopedagogen verbonden, die onderzoeken kunnen doen.

Het SOT werkt op basis van drie heldere uitgangspunten:

  • de vraag van de school is het uitgangspunt
  • korte lijnen en snelle communicatie
  • minimale regels: niet meer regelen dan nodig is.

Wie zitten in het schoolondersteuningsteam (SOT)?

Het SOT wordt aangestuurd door drie intakers/schoolondersteuners.

U kunt hier de contactgegevens en regio-indeling van het SOT vinden.

Kan het schoolondersteuningsteam (SOT) helpen bij het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (OPP)?

De school en de ouders voeren de regie over het ondersteuningstraject. Bij leerlingen voor wie een ontwikkelingsperspectief )OPP) moet worden opgesteld, is het schoolondersteuningsteam (SOT) echter sowieso betrokken. Gedurende het ondersteuningstraject zitten de school, de ouders en de schoolondersteuner namelijk om tafel. Zij te bespreken hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke resultaten er behaald worden.

De schoolondersteuner van het SOT maakt een verslag van deze bijeenkomsten en registreert het proces/de ontwikkeling van het kind in het groeidocument.

Verwijzing SO/SBO

Wat is de procedure voor verwijzing van een leerling naar SO/SBO?

De Wet passend onderwijs wil ervoor zorgen dat zoveel mogelijk kinderen naar een reguliere basisschool kunnen.

Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, doet de basisschool haar best om die extra ondersteuning te bieden. De school wordt daarbij geholpen door het regionale schoolondersteuningsteam (SOT). Toch kan er een moment komen, waarop duidelijk wordt dat het kind beter naar het speciaal basisonderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO) kan gaan. De school en de ouders moeten het daar samen over eens zijn voordat er verdere stappen kunnen worden ondernomen.

De vervolgstappen zijn:

1. De ouders, de school en de schoolondersteuner van het SOT zijn het erover eens dat er een toelaatbaarheidsadvies (TLA) wordt aangevraagd voor uw kind.

2. Er wordt een TLA aangevraagd via het SOT.

3. Een onafhankelijk expert (vaak een orthopedagoog) en een andere deskundige van het SOT beoordelen de aanvraag. Als ze het eens zijn met de aanvraag, zetten ze hun handtekening onder het toelaatbaarheidsadvies (TLA).

4. Dit advies wordt voorgelegd aan de directeur van samenwerkingsverband ZOUT.

5. Als de directeur van samenwerkingsverband ZOUT instemt met het advies, geeft hij een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af.

6. Met de TLV kunnen de ouders vervolgens contact zoeken met de SO- of SBO-school van hun voorkeur. De school kan hen vertellen of ze het juiste onderwijsaanbod voor het kind heeft.

7. Als er op de school van voorkeur plek is, kunnen de ouders het kind daar aanmelden.

 

Welke categorieën TLA (toelaatbaarheidsadvies) zijn er?

We onderscheiden vier categorieën leerlingen, die in aanmerking kunnen komen voor een toelaatbaarheidsadvies (TLA):

TLA speciaal basisonderwijs

Doelgroepen:

  • Leerlingen met een algehele ontwikkelingsachterstand
  • Leerlingen met een sociaal-emotionele problematiek,
  • Leerlingen met ernstige leerachterstanden
  • Jonge risicoleerlingen, voor wie verlengde diagnostiek nodig is.

TLA categorie 1: zml, lz epilepsie en gedragsproblematiek

Doelgroepen:

  • Leerlingen met een lichamelijke, neurologische of psychosomatische stoornis, die niet in hoofdzaak leidt tot motorische beperkingen, maar wel leidt tot een ernstige belemmering om aan het onderwijs deel te nemen.
  • Leerlingen voor wie de veiligheid of de veiligheid van zijn leeromgeving in het reguliere basisonderwijs in het geding is c.q. dreigt te komen.
  • Leerlingen met ernstige internaliserende- of externaliserende gedragsproblemen, mogelijk samenhangend met een psychiatrische stoornis.

TLA categorie 2: lichamelijke beperking

Doelgroep:

  • Leerlingen met een of meer stoornissen die motorische beperkingen veroorzaken en die leiden tot een ernstige belemmering om aan het onderwijs deel te nemen.

TLA categorie 3: meervoudige beperking

Doelgroep:

  • Leerlingen met een of meer stoornissen die motorische beperkingen veroorzaken en die leiden tot een ernstige belemmering om aan het onderwijs deel te nemen en een IQ lager dan 70.

 

Klachten

De school/het bestuur is het niet eens met een besluit van het SWV. Hoe dien ik een klacht in?

De Landelijke Arbitragecommissie Samenwerkingsverbanden passend onderwijs beslecht geschillen binnen het samenwerkingsverband over de statuten, de onderlinge verhoudingen, het beleid ten aanzien van de extra ondersteuning en de bekostiging daarvan.

Partijen die arbitrage wensen, dienen hierover met elkaar een overeenkomst te sluiten. Dit wil niet zeggen dat partijen slechts gezamenlijk toegang tot de Commissie hebben. Soms kan ook één partij een verzoek om arbitrage indienen.​

Passend Onderwijs

in Zuidoost Utrecht