Veelgestelde vragen

Passend onderwijs

Wat is de Wet passend onderwijs?

Op 1 augustus 2014 treedt de Wet passend onderwijs in werking. De wet is gemaakt om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed onderwijs krijgen. Oók de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Door de Wet passend onderwijs kunnen zoveel mogelijk kinderen naar een reguliere basisschool.

Wie voert de Wet passend onderwijs uit?

Om de Wet passend onderwijs goed uit te voeren, is Nederland verdeeld in een aantal regio’s. In elke regio is een samenwerkingsverband passend onderwijs opgericht, dat de uitvoering coördineert. In de regio Zuidoost-Utrecht is het samenwerkingsverband ZOUT actief. Hierbij zijn 32 schoolbesturen en 87 scholen aangesloten.

Bij de uitvoering van het passend onderwijs wordt nauw samengewerkt met de vijf gemeenten die in ons werkgebied liggen: De BiltZeistBunnikUtrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede.

Ook is er afstemming met het samenwerkingsverband VO passend onderwijs.

Samenwerkingsverband ZOUT onderschrijft de Code Goed Bestuur en kiest voor een scheiding van bestuur en intern toezicht. Het samenwerkingsverband ZOUT is een vereniging en heeft gekozen voor het bestuur-/directiemodel.

De dagelijkse leiding van het samenwerkingsverband is in handen van een directeur. Het bestuur bestaat uit vier leden en een onafhankelijke voorzitter. De Algemene Ledenvergadering (ALV) heeft een toezichthoudende rol. De ALV bestaat uit een vertegenwoordiging van alle 32 schoolbesturen.

Verdwijnt het speciaal (basis)onderwijs door de komst van passend onderwijs?

Nee, het speciaal basisonderwijs (SBO) en het speciaal onderwijs (SO) verdwijnen niet. Deze scholen blijven vanaf 1 augustus 2014 bestaan voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben die een reguliere basisschool niet kan bieden.

Komen er straks niet te veel kinderen in de klas die extra ondersteuning nodig hebben?

Nee, die angst is onterecht. Het speciaal basisonderwijs (SBO) en het speciaal onderwijs (SO) verdwijnen namelijk niet. Die scholen blijven na 1 augustus 2014 gewoon bestaan; ze bieden specialistische ondersteuning aan kinderen die dat nodig hebben. De meeste kinderen die nu in het SBO of SO zitten, blijven op hun school.

Het is wel de bedoeling dat het aantal leerlingen in het SBO en SO niet toeneemt. Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, zullen in de toekomst vaker op een reguliere basisschool blijven. Leraren zijn opgeleid om daar goed mee om te gaan. Ze werken nu ook al met een groep kinderen, die allemaal de nodige individuele aandacht nodig hebben en onderling verschillen in hun ontwikkeling.

Welke rol hebben ouders in passend onderwijs?

Ouders hebben een heel belangrijke rol in passend onderwijs. Binnen ons samenwerkingsverband is afgesproken dat de school en de ouders partners zijn, die in goed overleg ervoor zorgen dat kinderen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. We noemen dit pedagogisch partnerschap.

Ouders hebben formeel inspraak in passend onderwijs. Elke school heeft een medezeggenschapsraad (mr) waarin óók ouders zitten. De mr praat mee over de koers en het beleid van de school. Door de Wet passend onderwijs is de school verplicht om een schoolondersteuningsprofiel te maken. Hierin staat welke (extra) ondersteuning ze kan bieden aan leerlingen. De mr kan de school adviseren over dit schoolondersteuningsprofiel.

Ook op het niveau van het samenwerkingsverband hebben ouders formeel inspraak in passend onderwijs. Dat gebeurt via de Ondersteuningsplanraad (OPR), waarin ook ouders zitten. De OPR heeft instemmingsrecht op het ‘Ondersteuningsplan’. Dit ondersteuningsplan wordt gemaakt door samenwerkingsverband ZOUT. In het plan zijn het beleid en de activiteiten in de regio Zuidoost-Utrecht beschreven.

Samenwerkingsverband ZOUT vindt ouders heel belangrijk. Daarom plaatsen we op onze site ook speciale informatie voor ouders. Daarnaast stimuleren we scholen om aan ouders duidelijke informatie te geven over passend onderwijs, bijvoorbeeld op hun website en de schoolgids.

Mijn kind heeft leerlingenvervoer nodig. Heb ik daar recht op?

Als uw kind naar het speciaal basisonderwijs (SBO) of het speciaal onderwijs (SO) gaat, dan heeft u recht op leerlingenvervoer. Uw kind wordt dan ’s ochtends naar school gebracht en ’s middags weer thuisgebracht. Het leerlingenvervoer wordt geregeld door de gemeente. Voor informatie of het aanvragen van leerlingenvervoer kunt u contact opnemen met de gemeente waar u woont.

Als uw kind naar een reguliere basisschool gaat, heeft u geen recht op leerlingenvervoer.

Wat wordt er gedaan voor ‘thuiszitters’?

Landelijk is er op dit moment veel aandacht voor ‘thuiszitters’. Dit zijn leerplichtige kinderen die thuis zitten en geen onderwijs volgen. Bijvoorbeeld omdat de ouders er niet in zijn geslaagd om een school te vinden die de ondersteuning kan bieden die hun kind nodig heeft.

Samenwerkingsverband ZOUT, alle aangesloten scholen en de vijf gemeenten in onze regio gaan dit probleem aanpakken. Met elkaar gaan we beleid ontwikkelen. Ons gezamenlijke doel: nul thuiszitters.

Ondersteuning door school

Wat is een schoolondersteuningsprofiel?

Door de Wet passend onderwijs moet elke school een schoolondersteuningsprofiel opstellen. Hierin staat welke ondersteuning en begeleiding de school kan geven aan de leerlingen. Elke school publiceert haar eigen schoolondersteuningsplan op de website en in de schoolgids.

Op de website van samenwerkingsverband ZOUT kunt u alle schoolondersteuningsprofielen vinden van de scholen die bij ons zijn aangesloten. In het kaartje van Google Maps ziet u alle scholen staan. U kunt direct doorklikken naar de schoolwebsite en het schoolondersteuningsprofiel.

Ik zoek een school die goed kan omgaan met de ontwikkelingsstoornis van mijn kind. Hoe pak ik dat aan?

Door de Wet passend onderwijs moet elke school een schoolondersteuningsprofiel opstellen. Hierin staat welke (extra) ondersteuning en begeleiding de school kan geven aan de leerlingen. Als uw kind een ontwikkelingsstoornis heeft, is het extra belangrijk om goed te kijken naar het schoolondersteuningsprofiel en om de profielen van verschillende scholen te vergelijken.

Als u denkt dat een school geschikt is voor uw kind, raden wij aan om met deze school te gaan praten. In dat gesprek kan de school meer vertellen over de ondersteuning en begeleiding. En u kunt meer vertellen over de ontwikkelingsstoornis van uw kind. Na dat gesprek kunt u beter bepalen of u uw kind bij die school wilt aanmelden.

Het is ook altijd heel zinvol om de ervaringen van andere ouders te horen. Zij kunnen u vaak extra en andere informatie geven. Kent u ouders van de school? Ga met ze praten zodat u een nog betere keus kunt maken.

De school van mijn voorkeur kan mijn kind geen passende onderwijsplek bieden. Wat nu?

Vroeger moesten ouders zélf op zoek naar een andere school. Daardoor hadden ze vaak het gevoel dat ze van het kastje naar de muur werden gestuurd. Dankzij de Wet passend onderwijs is dat verleden tijd. Scholen hebben nu namelijk een ‘zorgplicht’. Dat wil zeggen: de school waar u uw kind aanmeldt, is verplicht om te zoeken naar een andere school die wél de ondersteuning kan bieden die uw kind nodig heeft.

Elke school heeft inzicht in de  schoolondersteuningsprofielen van andere scholen in de regio. Daardoor weet ze precies welke ondersteuning elke school kan bieden. Op basis daarvan komt de school met een voorstel, dat met u besproken wordt.

De school zegt dat ze niet de (extra) ondersteuning kan bieden die mijn kind nodig heeft. Mag de school mijn kind verwijderen?

Nee, dat mag de school niet zomaar doen. De school moet eerst goed met u bespreken welke (extra) ondersteuning uw kind nodig heeft. Als de school die ondersteuning niet kan bieden, is de school verplicht om contact te zoeken met het regionale schoolondersteuningsteam (SOT). Dat team helpt de school en de ouders om wél de ondersteuning te bieden die uw kind nodig heeft. Lukt het uiteindelijk toch nog niet om de ondersteuning te bieden die uw kind nodig heeft? Dan is het misschien nodig om een andere school te zoeken voor uw kind. De school is wettelijk verplicht om een andere school te zoeken voor uw kind. We noemen dat ‘zorgplicht’. Het zoeken van een andere school gebeurt altijd in goed overleg met u.

Soms is er een andere basisschool die wél de noodzakelijke ondersteuning kan bieden die uw kind nodig heeft. Soms is het speciaal (basis)onderwijs de beste keus. Als uw kind wordt verwezen naar het speciaal (basis)onderwijs, loopt dat altijd via het Schoolondersteuningsteam (SOT).

Omdat mijn kind extra ondersteuning nodig heeft, gaat de basisschool een groeidocument invullen. Wat is dat?

Als uw kind extra ondersteuning heeft, kan de school daar gelukkig vaak zelf voor zorgen. Er is namelijk veel deskundigheid in de school aanwezig. Maar soms heeft de school hulp nodig, bijvoorbeeld van het regionale schoolondersteuningsteam (SOT). In vaktermen zeggen we dan: de school is handelingsverlegen.

Om een aanvraag te doen bij het SOT, moet er een groeidocument worden ingevuld. Hierin is beschreven:

  • waarbij de school hulp nodig heeft (de handelingsverlegenheid)
  • wat de ouders en de school van de hulp verwachten
  • welke extra ondersteuning uw kind krijgt
  • het effect van die extra ondersteuning.

Anders gezegd: in het groeidocument wordt de ontwikkeling (de groei) van uw kind zorgvuldig bijgehouden.

De school stelt voor mijn kind een ontwikkelingsperspectief op. Wat is dat?

Voor sommige leerlingen moeten scholen een ontwikkelingsperspectief (OPP) opstellen. Dat is wettelijk verplicht. Bijvoorbeeld voor kinderen die het gebruikelijke eindniveau van de basisschool niet kunnen halen. Om dit OOP te maken, wordt binnen Samenwerkingsverband ZOUT het groeidocument gebruikt.

In het OPP staat bijvoorbeeld welk eindniveau uw kind wél kan halen. Ook zijn allerlei zaken opgenomen die belangrijk zijn voor het onderwijs aan uw kind. Bijvoorbeeld de zaken die uw kind moeilijk vindt en waarbij uw kind extra hulp nodig heeft. De school bespreekt met u hoe het OPP kan worden uitgevoerd. U kunt dus actief meedenken en een eigen inbreng hebben.

Een keer per jaar evalueert de school het OPP. Ook dat gebeurt ook altijd samen met u. Tijdens de evaluatie bespreekt u hoe het met uw kind gaat en of er dingen moeten worden veranderd in het OPP.

Mijn kind heeft een Rugzakje. Wat gebeurt daarmee als de Wet passend onderwijs is ingevoerd?

Het Rugzakje verdwijnt per 1 augustus 2014 (bij de invoering van de Wet passend onderwijs). Samenwerkingsverband ZOUT heeft een overgangsregeling. In onze regio houden kinderen hun Rugzakje tot 1 augustus 2015.

Mijn kind gaat naar het voortgezet onderwijs. Hebben we een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig?

Nee, uw heeft geen nieuwe TLV nodig. We hebben hierover namelijk goede afspraken gemaakt met het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs in onze regio.

Als uw kind naar het voortgezet onderwijs gaat, krijgt die school de TLV die al is afgegeven en het groeidocument van uw kind. In dat groeidocument staat alle belangrijke informatie over uw kind. Door de overdracht van het groeidocument kunnen de ondersteuning van de basisschool en de ondersteuning van de nieuwe school naadloos op elkaar aansluiten.

Samenwerkingsverband

Hebben ouders inspraak in samenwerkingsverband ZOUT?

Ja, er zitten namelijk ouders in de Ondersteuningsplanraad (OPR). De OPR adviseert over het ‘Ondersteuningsplan’. Dit ondersteuningsplan wordt gemaakt door samenwerkingsverband ZOUT. In het plan zijn het beleid en de activiteiten in de regio Zuidoost-Utrecht beschreven.

Wilt u meer weten over de Ondersteuningsplanraad? Lees meer over:

Aanmelding/verhuizing

Moet de school elk kind aannemen dat wordt aangemeld?

Nee. Als u uw kind aanmeldt bij een school, is deze school niet verplicht om uw kind te plaatsen. De school kijkt eerst of zij uw kind de ondersteuning kan bieden die nodig is. Als dat niet het geval is, gaat de school op zoek naar een andere school, die uw kind wél de noodzakelijke ondersteuning kan bieden. Dat is wettelijk geregeld. We noemen dat ‘zorgplicht’. Het zoeken van een andere school gebeurt altijd in goed overleg met u.

Als een groep al helemaal vol zit, geldt de zorgplicht trouwens niet. Dan is de school waar u uw kind aanmeldt dus niet verplicht om op zoek te gaan naar een andere school.

Hoe bepaalt de school of ze uw kind kan plaatsen?

Als u uw kind bij een school aanmeldt, kijkt de school altijd eerst of zij een passend onderwijsaanbod voor uw kind heeft. Drie factoren spelen een rol bij de afweging:

  • de ondersteuningsbehoefte van uw kind
  • de (on)mogelijkheid van de school om een kind met deze ondersteuningsbehoefte te begeleiden
  • uw wensen.

Als de plaatsing van uw kind tot een onevenredige belasting van de school gaat leiden, hoeft de school uw kind niet te plaatsen. De school is dan verplicht om een andere school te zoeken, die wél de noodzakelijke ondersteuning kan bieden aan uw kind. We noemen dat zorgplicht.

Ik wil mijn kind aanmelden bij een school. Kan ik de school van mijn voorkeur kiezen?

Ja, u kunt uw kind altijd aanmelden bij de school van uw voorkeur, maar u heeft niet de garantie dat deze school uw kind ook daadwerkelijk kan plaatsen. Scholen zijn voor een groot deel hetzelfde. Zij bieden bijvoorbeeld allemaal een aantal verplichte vakken aan. Toch zijn er ook behoorlijke verschillen tussen scholen. Zo is de ene school bijvoorbeeld gespecialiseerd in hoogbegaafde kinderen, en een andere school kan goed omgaan met dyslectische kinderen of met autistische kinderen. Door de Wet passend onderwijs moet elke school voortaan een schoolondersteuningsprofiel maken. Hierin beschrijft de school welke (extra) ondersteuning en begeleiding ze kan bieden aan leerlingen. Dankzij dit schoolondersteuningsprofiel kunt u inschatten of de school van uw voorkeur geschikt is voor uw kind. Als u denkt dat de school geschikt is, kunt u uw kind aanmelden. Na de aanmelding vindt meestal een gesprek plaats op de school. Hierin wordt duidelijk of de school de ondersteuning kan bieden die uw kind nodig heeft. Als de school dat niet kan, is ze verplicht om te zoeken naar een school die wél de ondersteuning kan bieden die uw kind nodig heeft, liefst in de buurt van uw huis. We noemen dat ‘zorgplicht’. Deze zorgplicht voorkomt dat u zélf op zoek moet naar een school die uw kind kan bieden wat het nodig heeft. Het zoeken van een andere school gebeurt altijd in overleg met u.

Als een groep al helemaal vol zit, geldt de zorgplicht niet. Dan is de school waar u uw kind aanmeldt dus niet verplicht om op zoek te gaan naar een andere school.

 

Wanneer moet ik mijn kind inschrijven voor een school?

Wij raden aan om uw kind zo vroeg mogelijk in te schrijven. De meeste scholen zetten alle informatie over de aanmelding op hun website. Hou die informatie goed in de gaten. Zo voorkomt u dat er geen plek meer is op de school van uw voorkeur. Op onze website staan trouwens een overzicht van alle basisscholen en alle scholen voor speciaal (basis)onderwijs.

Mijn kind moet naar een andere school. Welke informatie krijgt de nieuwe school over mijn kind?

Alle informatie die voor de nieuwe school van belang is, wordt doorgegeven. Die informatie staat in het groeidocument.

Wat goed is om te weten: alle informatie die in het groeidocument staat, is bij u bekend. Deze informatie is namelijk al met u besproken voordat uw kind naar de nieuwe school werd verwezen. Bij de verhuizing komt er dus geen nieuwe, extra informatie bij.

Ik kom in de regio Zuidoost-Utrecht wonen. Moet mijn kind na de verhuizing opnieuw geïndiceerd worden?

Nee. Als uw kind in uw oude woonplaats al een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) heeft gekregen, dan neemt samenwerkingsverband ZOUT die gewoon over. Er wordt dus niet opnieuw gekeken of uw kind in aanmerking komt voor een plekje in het speciaal onderwijs of het speciaal basisonderwijs.

Speciaal (basis)onderwijs

Mijn kind zit nu op het speciaal basisonderwijs/speciaal onderwijs. Kan mijn kind daar na 1 augustus 2015 blijven?

Zit uw kind nu op het speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO)? Dan moet er voor uw kind een herindicatie worden aangevraagd. Dat moet voor 1 augustus 2015. De school gaat die herindicatie aanvragen. Dat gebeurt in goed overleg met u.

Enkele kinderen die nu naar het SO of SBO gaan, kunnen misschien naar een reguliere basisschool overstappen als ze daar extra ondersteuning krijgen. Als die mogelijkheid er voor uw kind is, zal de huidige school dit met u bespreken.

De Wet passend onderwijs geldt trouwens niet voor cluster 1 en 2 van het speciaal onderwijs. Als uw kind een visuele, auditieve of communicatiebeperking heeft, verandert er dus sowieso niets.

Hoe kom ik aan een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO)?

De Wet passend onderwijs wil ervoor zorgen dat zoveel mogelijk kinderen naar een reguliere basisschool kunnen. Op een reguliere basisschool doen ze namelijk mee met de samenleving en worden ze zo goed mogelijk voorbereid op een vervolgopleiding.

Als uw kind extra ondersteuning nodig heeft, doet de basisschool haar best om die extra ondersteuning te bieden. De school wordt daarbij geholpen door het regionale schoolondersteuningsteam (SOT). Toch kan er een moment komen, waarop duidelijk wordt dat uw kind beter naar het speciaal basisonderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO) kan gaan. De school en de ouders moeten het daar samen over eens zijn voordat er verdere stappen kunnen worden ondernomen.

De vervolgstappen zijn:

1. De ouders, de school en de schoolondersteuner van het SOT zijn het erover eens dat er een toelaatbaarheidsadvies (TLA) wordt aangevraagd voor uw kind.

2. Er wordt een TLA aangevraagd via het SOT. Hierin zitten onafhankelijke experts.

3. Een onafhankelijk expert en een deskundige van het SOT beoordelen de aanvraag. Als ze het eens zijn met de aanvraag, zetten ze hun handtekening onder het toelaatbaarheidsadvies (TLA).

4. Dit advies wordt voorgelegd aan de directeur van samenwerkingsverband ZOUT.

5. Als de directeur van samenwerkingsverband ZOUT instemt met het advies, geeft hij een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af.

6. Met de TLV kunt u contact zoeken met de SO- of SBO-school van uw voorkeur. De school kan u vertellen of ze het juiste onderwijsaanbod voor uw kind heeft.

7. Als er op de school van uw voorkeur plek is, kunt u uw kind aanmelden.

Wat gebeurt er na 1 augustus 2014 met de Commissie voor Indicatie (CvI)?

De Wet passend onderwijs gaat alleen over cluster 3 en 4 van het speciaal onderwijs. De Commissie voor Indicatie voor cluster 3 en 4 gaat verdwijnen.

De indicatiecommissie voor cluster 1 en 2 blijven gewoon bestaan.

Klachten

De school van mijn voorkeur wil mijn kind niet plaatsen. Wat kan ik doen?

Als een school niet de (extra) ondersteuning kan bieden die uw kind nodig heeft, kan de school besluiten om uw kind niet te plaatsen. De school moet dan wel op zoek gaan naar een andere school, die uw kind wél de juiste ondersteuning kan bieden. Dat gebeurt altijd in goed overleg met u.

Als u het niet eens bent met het besluit van de school, kunt u contact opnemen met het bestuur van de school. Op de website van de school staan de gegevens van het bestuur. Het schoolbestuur zal proberen om het conflict op te lossen.

Als dat niet lukt, kunt u contact opnemen met een onderwijsconsulent passend onderwijs. In Nederland zijn 35 onafhankelijke onderwijsconsulenten. Zij kunnen helpen bij het oplossen van knelpunten rond leerlingen met een extra ondersteuningsvraag.

U kunt het geschil ook voorleggen aan de tijdelijke, landelijke geschillencommissie passend onderwijs.

De school wil mijn kind overplaatsen naar een andere school. Wat kan ik hiertegen doen?

U mag van de school verwachten dat zij alle begeleiding en extra ondersteuning bieden die uw kind nodig heeft. Als de school de extra ondersteuning niet kan bieden, staat er vanaf 1 augustus 2014 een team van deskundigen voor de school klaar. Dit heet het schoolondersteuningsteam (SOT). Het SOT adviseert wat er op de school gedaan kan worden voor uw kind.

Toch kan er een moment komen, dat de school aangeeft dat uw kind beter naar een andere school kan gaan. Als u het daar niet mee eens bent, kunt u contact opnemen met het bestuur van de school. Op de website van de school staan de gegevens van het bestuur. Het schoolbestuur zal proberen om het conflict op te lossen.

Als dat niet lukt, kunt u contact opnemen met een onderwijsconsulent passend onderwijs. In Nederland zijn 35 onafhankelijke onderwijsconsulenten. Zij kunnen helpen bij het oplossen van het conflict.

U kunt het geschil ook voorleggen aan de tijdelijke, landelijke geschillencommissie passend onderwijs.

Ik ben het niet eens met de inhoud van het  ontwikkelingsperspectief van mijn kind. Wat nu?

De school is verantwoordelijk voor de inhoud van het Ontwikkelingsperspectief (OPP). U bent nauw betrokken bij de manier waarop de school het OPP uitvoert. Als u het niet eens bent met die uitvoering, dan bespreekt u dat altijd eerst met de school. Als u er samen niet uitkomt, kunt u contact opnemen met een onderwijsconsulent passend onderwijs, (klik hier voor de link).  In Nederland zijn 35 onafhankelijke onderwijsconsulenten. Zij zijn op de hoogte van de wet- en regelgeving en hebben een uitgebreid netwerk. Daardoor kunnen zij de juiste organisaties en functionarissen benaderen die kunnen helpen bij het oplossen van knelpunten rond leerlingen met een extra ondersteuningsvraag. U kunt uw klacht ook voorleggen aan de tijdelijke, landelijke geschillencommissie passend onderwijs.  Deze commissie brengt binnen 10 weken een oordeel uit aan het schoolbestuur.

Ik vind dat de extra ondersteuning voor mijn kind tekortschiet. Wat kan ik doen?

Als u vragen of opmerkingen heeft over de extra ondersteuning kunt u de volgende stappen ondernemen:

  • U bespreekt uw vraag of opmerking eerst met de leerkracht van uw kind.
  • Als dat gesprek niet het gewenste resultaat heeft, kunt u het bespreken met de directeur van de school.
  • Als dat ook niet het gewenste resultaat heeft, kunt u contact opnemen met uw vaste contactpersoon bij het schoolondersteuningsteam (SOT). Dat is een regionaal team van deskundigen, dat betrokken is bij de extra ondersteuning die uw kind krijgt.

Ik heb een klacht over samenwerkingsverband ZOUT. Wat kan ik doen?

Als u een klacht heeft over een besluit van samenwerkingsverband ZOUT kunt u terecht bij de landelijke arbitragecommissie passend onderwijs.

Wat gebeurt er als een ouder het niet eens is met het groeidocument/ ontwikkelperspectief?

De school is verantwoordelijk voor de inhoud van het Ontwikkelingsperspectief (OPP). Ouders zijn nauw betrokken bij de manier waarop de school het OPP uitvoert.

Als ouders het niet eens zijn met die uitvoering, dan bespreken zij dat altijd eerst met de school. Als ouders en school er samen niet uitkomen, kunnen de ouders contact opnemen met een onderwijsconsulent passend onderwijs. [+link: http://www.passendonderwijs.nl/ouders-leerlingen/onderwijsconsulenten/ In Nederland zijn 35 onafhankelijke onderwijsconsulenten. Zij zijn op de hoogte van de wet- en regelgeving en hebben een uitgebreid netwerk. Daardoor kunnen zij de juiste organisaties en functionarissen benaderen die kunnen helpen bij het oplossen van knelpunten rond leerlingen met een extra ondersteuningsvraag.

Ouders kunnen hun klacht ook voorleggen aan de tijdelijke, landelijke geschillencommissie passend onderwijs.

Deze commissie brengt binnen 10 weken een oordeel uit aan het schoolbestuur.

Passend Onderwijs

in Zuidoost Utrecht